“We zitten nu met problemen die toen onvoorstelbaar waren.”

Wat jonge mensen aan moeten met de erfenis van ‘1968’

Interview

Het Franse kopstuk van de revolutie van 1968, Alain Geismar, staat vijftig jaar later in debatcentrum De Balie tijdens een speciaal programma ter gelegenheid van de opening van het WHAT IF!? Pop-up Museum in Amsterdam. Kunnen de activisten en jonge denkers van nu nog iets met zijn erfenis?

8 minuten Door Catrien Spijkerman en Roos Menhorst - fotografie Tijl Akkermans

We want the world, and we want it... Now, dat zong The Doors zanger Jim Morrison. Het werd het motto voor veel jongeren in 1968. Van Frankrijk tot Japan, van Mexico tot Zuid-Afrika; overal broeide het, en dat bracht een ongekende golf van protest teweeg. “Dit wordt zeker geen middagje nostalgisch mijmeren”, benadrukt moderator en Nieuwsuur-presentator Eelco Bosch van Rosenthal voor een zaal vol mensen in De Balie. Vanwege de opening van het WHAT IF!? Pop-up Museum in Amsterdam organiseert het debatcentrum een programma over wat die ‘spirit van ‘68’ was, maar vooral over de vraag waar die spirit gebleven is in een tijd waarin we hem zo hard hebben?

Alain Geismar (78) kijkt de zaal rond. Hij werkte in 1968 als docent natuurkunde toen hij een van de leiders werd van de massale studentenopstand. Deze opstand bracht uiteindelijk een protest onder de arbeiders teweeg waar maar liefst tien miljoen Fransen aan meededen. In 1970 belandde hij anderhalf jaar in de gevangenis wegens het ‘uitlokken van geweld tegen de politie’. Geismar: “Er was geen partij. Er waren geen leiders en er was geen agenda. Er waren alleen een paar simpele eisen.” Hij is stil en vervolgt: “Het was zo’n moment waarvan je kunt zeggen dat de geschiedenis van ritme en richting veranderde. Je kunt het leuk vinden of niet, maar vaststaat dat de samenleving na 1968 in beweging kwam.”

Het is precies dat gevoel dat nu zo vaak wordt gemist. Er is wel protest, maar er heerst ook defaitisme en pessimisme. Drie jonge denkers en activisten zijn uitgenodigd om hun ideeën over de toekomst te delen: de Zwitserse Flavia Kleiner, de Belg Thomas Decreus en de Pools-Belgische Alicja Gescinka. Ze bekijken de historische figuur met interesse. 1968 is voor hen een oriëntatiepunt, en soms een inspiratie. Maar het is ook vijftig jaar geleden. Een van de jonge denkers stelt: “We zitten nu met problemen die in 1968 onvoorstelbaar waren.” We spraken de drie jonge denkers na afloop van het debat. 'Lees hier hun verhaal':

Waar de geest van ’68 tegenwoordig te vinden is? Filosoof en schrijver Alicja Gescinska (1981) lacht schamper om die vraag. “Welk 1968? Dat van Parijs? Of dat van Polen ...

Hij wisselt journalistiek, wetenschap en activisme moeiteloos af. Thomas Decreus (1984) was in 2011 een van de organisatoren van de SHAME-betoging waar tienduizenden ...

Alles wees er in 2015 op dat de rechts-populisten in Zwitserland voor de zoveelste keer een referendum gingen winnen. Dit keer waren ze van plan via een nieuwe wet immigranten met een strafblad ...

Share this