‘Ik nam Blonda mee naar alle landen, in de trein en in de bus, de hele tijd had ik haar vast.’

 

IOANA TUDOR (34) is performer en theatermaker. Ze vluchtte als tienjarige met haar familie uit Roemenië na de val van Ceaușescu.

“In het vluchtelingenkamp in Hongarije vond ik een slak. Ik vond haar heel erg mooi en besloot haar als mijn huisdier te nemen. Toen mijn ouders besloten dat we verder moesten, heb ik haar meegenomen naar alle landen, in de trein en in de bus, de hele tijd had ik haar vast in een bakje tot in Nederland aan toe. Ik kan me nog herinneren dat we ergens een paar nachten in een daklozenopvang zaten en ik steeds bang was dat ze haar zouden stelen. Ze was zo mooi en bijzonder.

Ik wilde niet steeds naar een andere plek. Misschien heb ik de slak onbewust gebruikt als boodschap naar mijn ouders: ik wil verdomme ergens blijven.

Toen we in Scheveningen aankwamen liet ik haar meteen uit. Mijn broer ging met zijn grote gorillavoeten op haar staan. Ik was echt wanhopig dat ze dood was. Samen met mijn vader heb ik haar in de duinen begraven. Later zeiden mijn ouders dat de dood van Blonda een teken was geweest dat we in Nederland moesten blijven.”