Karel Fassotte bediende tijdens de krakersrellen de stoorzender om zo de communicatie van de politie te verstoren.

Karel Fassotte (1953), Nederland, Amsterdam, 30 april 1980

“Als mensen willen weten waar ik vandaan kom, zeg ik altijd: ‘Uit de goot’. Ik kom uit een arbeidersmilieu, als achttienjarige leefde ik al op straat. Ik heb mij aangesloten bij de krakersbeweging uit pure noodzaak: er waren geen woningen voor jonge mensen beschikbaar.

“Eind jaren zeventig was ik directeur geworden van een stichting die zich sterk maakte voor huisvesting van jongeren, maar ik wist dat er harder moest worden opgetreden om echt invloed te krijgen. Via via werd ik gevraagd om bij krakersrellen in Amsterdam politiekanalen af te luisteren, en dat ging heel goed.

“De kroning van Koningin Beatrix op 30 april 1980 was voor ons hét moment om de overheid te ontmaskeren en amok te maken. De slogan? ‘Geen woning, geen kroning’.

“De zendinstallatie bracht ik de dag voor de inhuldiging naar de Groote Keyser, een zestal panden die symbool stonden voor de krakersbeweging. Met een groepje van vier man hadden we – helemaal in het geheim – een ruimte ingericht op de bovenste verdieping van het gebouw. Mocht het nodig zijn zouden we vanaf daar razendsnel kunnen wegkomen met de apparatuur. De panden waren gebarricadeerd met staalplaten, op het dak stonden koelkasten en emmers met smeerolie. De provisiekast was gevuld met vuurwerkbommen.

“We hadden een stoorgroep en een afluistergroep. Je stoorde door een carrier op het signaal van de politie te zetten en pas te zenden als zij dat ook deden. We zorgden ervoor dat er een gillend geluid of een lage brom toon uit de speakers van de politie kwam. Al die geluiden werkten ontzettend op de zenuwen bij de politie: we hoorden commandanten schelden en gefrustreerd raken. Hierdoor ontstond er nog meer chaos op straat.

“Juist op het moment dat het uit de klauwen liep bij de Blauwbrug ben ik de stad in gegaan. Daar waren massa’s mensen op de been: krakers, maar ook gewone studenten, voetbalsupporters, nieuwsgierigen en vandalen. Ik was een professioneel actievoerder: ik was antimilitaristisch en anti-imperialistisch. Maar de meeste mensen wilden geen andere maatschappij: zij wilden gewoon een woning.

“Ik zie het nog steeds als een topdag. Telkens dachten we: ‘Nu pikken ze het niet meer’. Maar er zat voor de politie niks anders op dan het te pikken. Later op de avond hebben we de apparatuur ingepakt, naar beneden gesjouwd, de auto ingeladen en zijn we weg gereden.”

icp_isa_05_protestbeeld

‘Geen woning, geen kroning

In Amsterdam heerste sinds de Tweede Wereldoorlog woningnood. Vanaf midden jaren zeventig was er sprake van een georganiseerde kraakbeweging. Kraken mocht omdat het betrekken van een woning of pand dat langer dan één jaar leegstond geen strafbaar feit is. Eind jaren zeventig verhardde de strijd. Het hoogtepunt werd bereikt op 30 april 1980, de dag dat koningin Beatrix werd ingehuldigd. De slogan van de krakers was: ‘Geen woning, geen kroning’.